Begaafdheid en dyslexie

Kinderen met hoogbegaafdheid en dyslexie hoeven lang niet altijd tot de slechtste lezers of spellers in hun groep te horen. Zij hebben ruime compensatiemogelijkheden. De lees- en/of spellingproblemen die zij ervaren komen meestal pas naar voren in de hogere groepen van de basisschool. Dan moet er meer gelezen worden. Door uitgebreid onderzoek kan duidelijk worden of er mogelijk sprake is van dyslexie.

Ook slimme kinderen kunnen leerproblemen ervaren, zoals dyslexie. Het gebeurt maar al te vaak dat zij in de klas niet opvallen, omdat ze bij technisch lezen of spelling nog redelijke resultaten behalen. Sinds de diagnostiek van ernstige enkelvoudige dyslexie wordt uitgevoerd binnen de zorg zijn scholen vaak gefocust op leerlingen, die E-scores blijven behalen.

Hoogbegaafde kinderen met dyslexie hebben meestal een goed mondeling taalgebruik. Ze kunnen vaak ook moeilijke woorden en begrippen hanteren, maar als het op papier gezet moet worden ontstaan er problemen. Uiteindelijk kan dit er toe leiden dat ze zich beperken tot het schrijven van korte teksten, met veel eenvoudiger woorden dan ze eigenlijk zouden willen gebruiken. Bij het lezen kunnen deze kinderen nog vaak steunen op hun grote woordenschat en op hun kennis van de wereld.

Doordat kinderen met hoogbegaafdheid en dyslexie vaak goed kunnen compenseren vallen ze minder op, ook al worden ze -gezien hun mogelijkheden- ernstig belemmerd door lees- of spellingproblemen. In de bovenbouw kan hierdoor hun werktempo omlaag gaan. Ook kan er sprake zijn van minder concentratie en motivatie om te leren. Veel hoogbegaafde kinderen met dyslexie lopen pas vast in het voortgezet onderwijs, met meerdere vakken en vreemde talen. Hierdoor is er een risico dat ze afstromen naar een lager type onderwijs, dat qua intelligentie niet bij hen past. Bij tijdige onderkenning kan dit worden voorkomen.