Profielen van hoogbegaafde leerlingen

Ieder kind, hoogbegaafd of niet, is uniek. Een opsomming van de kenmerken van hoogbegaafde kinderen kan leiden tot een indrukwekkende lijst van eigenschappen. Door Betts en Neihart zijn al in 1988 verschillende typen hoogbegaafde leerlingen beschreven. In grote lijnen geven deze profielen een indruk hoe hoogbegaafdheid zich kan manifesteren in gedrag en gevoel bij kinderen. 

De invloed die begaafdheid van kinderen op hun gedrag heeft is niet bij alle kinderen hetzelfde. De persoonlijkheid van een kind wordt mede beïnvloed door emotionele, sociale, cognitieve en fysieke factoren.

Hoewel ieder kind zich op zijn eigen individuele wijze ontwikkelt kunnen we in de praktijk grofweg een aantal types onderscheiden. Hierdoor ontstaat een beeld hoe begaafdheid bij kinderen zich kan ontwikkelen en hoe dit het gedrag van een kind in de schoolsituatie kan bepalen. Deze types zijn door Betts en Neihart (1988/2010) weergegeven in profielen.

1. De autonome, zelfsturende leerling
Deze zelfstandige leerlingen weten wat ze kunnen en laten dit ook zien. Ze ontwikkelen hun eigen doelen en kunnen werken zonder bevestiging. De zelfstandige leerling durft risico’s te nemen en werkt enthousiast voor passies.Heeft een goed zelfinzicht en goede sociale vaardigheden. Komt op voor eigen opvattingen. De schoolresultaten passen bij zijn/haar capaciteiten. Deze leerling is intrinsiek gemotiveerd en leert van fouten. Hoewel dit de ideale leerling lijkt, blijft het belangrijk om deze autonome leerling te ondersteunen.

2. De succesvolle leerling
Deze leerlingen laten goede schoolprestaties zien, maar ze presteren niet naar eigen vermogen. Vanwege hun perfectionistische instelling zijn ze bang om fouten te maken. Hierdoor zoeken ze veel bevestiging van hun leerkracht en zijn ze geneigd om risico’s te vermijden. Het zijn vaak ‘brave’ leerlingen, waar niemand last van heeft. Ze zijn vaak gericht op het voldoen aan de verwachtingen van anderen. Deze ‘brave’ leerlingen kunnen ongelukkige leerlingen worden als ze niet voldoende worden uitgedaagd. Er is een gevaar dat ze de basisschool verlaten zonder echt iets te hebben geleerd.

 3. De uitdagende creatieve leerling
Deze leerlingen zijn creatief en komen met bijzondere oplossingen of invalshoeken. Ze nemen scherp waar en zien uitzonderingen (ook op de regels). Ze nemen niet zomaar iets aan, ook niet van de leerkracht. Deze leerling heeft veel energie en een sterke motivatie om innerlijke overtuigingen te volgen. Wil graag laten zien wat hij kan, maar doet dit onhandig. Hij corrigeert de leerkracht en stelt regels ter discussie. Is vaak eerlijk en direct. Wil onrecht recht zetten en staat open voor het doordenken van vraagstukken. Sommige leerkrachten kunnen goed overweg met het uitdagende gedrag en grote creativiteit van deze leerlingen, andere leerkrachten hebben er veel moeite mee.

4. De onderduikende leerling 
Onderduikende leerlingen doen alles om niet op te vallen. Ze zoeken vooral sociale acceptatie en ontkennen eigenlijk hun begaafdheid. onderduikende leerlingen zijn vaak onzeker en faalangstig. Uitdaging wordt vermeden. Voor de onderduikende leerling is het belangrijker om sociaal geaccepteerd te worden dan om hoge prestaties te behalen. Deze leerling weet niet goed wat hij zelf eigenlijk zou willen en streeft dan ook vrijwel geen eigen doelen na. Het komt er vaak op neer dat deze kinderen veel energie steken in ‘iemand anders zijn’. Door zich teveel aan te passen ontstaat er een gevaar voor psycho-somatische klachten, zoals hoofdpijn of buikpijn en in sommige gevallen depressiviteit.

 5. De leerling met leer- en/of gedragsproblemen
Sommige hoogbegaafde leerlingen vertonen gedragsproblemen, of kampen met een onderliggend leerprobleem. Vaak worden kenmerken van hoogbegaafdheid hierdoor niet voldoende herkend. Ook kan het gebeuren dat een leerprobleem, zoals dyslexie, niet wordt herkend vanwege de sterke compensatiemogelijkheden. Deze leerling presteert vaak gemiddeld, of minder. De werkaanpak is inconsistent. Mogelijk kan deze leerling storend gedrag vertonen en niet bij de les zijn. De leerproblemen frustreren en de leerling heeft nogal eens de neiging om dan af te reageren. Kan sneller ontmoedigd raken. Doordat soms een verkeerde inschatting wordt gemaakt krijgen deze kinderen niet altijd de juiste ondersteuning in het ontwikkelen van hun talenten.

6. De risicoleerling, drop-out
Deze risicoleerlingen zijn vaak niet gemotiveerd voor school. Ze zoeken hun uitdaging meer buiten school om in activiteiten die hun interesse hebben. Laten op school matige prestaties zien. Ze kunnen zich kritisch opstellen, bekritiseren zichzelf en anderen. De drop-out kan zichzelf zichzelf isoleren, voelt zich snel aangevallen of afgewezen. Spijbelen en voortijdig schoolverlaten ligt op de loer. Deze kinderen kunnen baat hebben bij niet-traditionele leerervaringen buiten de klas en hebben vaak intensieve coaching nodig.